NIEUWSBRIEF JUNI 2025

LGBTQIA+ in pleegzorg

Deze nieuwsbrief staat in het teken van de pride maand. We belichten LGBTQIA+ in de jeugdhulp. LBGTQIA+ staat voor lesbian, gay, bisexual, transgender, queer of questioning, intersex, asexual en andere vormen van gender identiteiten en expressies. Verder in de nieuwsbrief hebben we het over cisgender, dit wil zeggen dat iemands genderidentiteit overeenkomt het geslacht waarmee ze geboren zijn.


De groep LGBTQIA+-jongeren zijn een onderbelichte groep in de jeugdhulpverlening. Hun ervaringen werden tot een aantal jaar geleden zelden tot nooit onderzocht en er werd in de praktijk en in het beleid nauwelijks rekening met hen gehouden (Schaub et al., 2022). De meeste studies naar LGBTQ+-jongeren in de jeugdhulpverlening worden gedaan in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. We kunnen er dus niet van uit gaan dat deze resultaten ook in België gelden, maar ze geven wel aanwijzingen.

Risico’s

Het blijkt dat LGBTQIA+-jongeren in vergelijking met heteroseksuele en cisgender jongeren twee keer meer kans hebben om geplaatst te worden in pleegzorg. Mogelijke redenen om in de jeugdhulpverlening terecht te komen zijn dat sommige families de verschillende seksuele geaardheid, genderidentiteit of gender expressie niet kunnen accepteren en dat deze kinderen/jongeren meer misbruik meemaken. Vijftien tot dertig procent van de jongeren in de jeugdhulpverlening zou zich identificeren als LGBTQIA+. Ondanks hun overrepresentatie in de jeugdhulp, wordt er vaak van uitgegaan dat jongeren heteroseksueel zijn en dat LGBTQIA+-jongeren nauwelijks voorkomen in de jeugdhulpverlening. Jeugdhulpverleners geven aan dat zij zich niet voldoende opgeleid en ondersteund voelen om aan de noden van deze jongeren tegemoet te komen. Sommigen maken zich zorgen over de privacy of veiligheid van deze jongeren. Daarnaast is dit voor sommige jeugdhulpverleners, jongeren of gezinnen een ongemakkelijk onderwerp dat uit de weg wordt gegaan. Ook op niveau van de diensten en de overheid is er een gebrek aan aandacht voor deze groep en ontbreekt het aan beleid over bijvoorbeeld discriminatie.


LGBTQIA+-jongeren hebben significant meer kans om seksueel misbruikt te worden in hun kindertijd. Zij hebben echter minder kans dat een melding van misbruik erkend wordt. LGBTQAI+-jongeren in jeugdzorg rapporteren vaker mentale gezondheidsproblemen, trauma, druggebruik, ziekenhuisopnames voor emotionele redenen, zelfbeschadigend gedrag en ernstige fysieke ziektes in vergelijking met niet-LGBTQIA+-jongeren. Een eerste mogelijke reden hiervoor is dat deze jongeren hun seksuele geaardheid, genderidentiteit of gender expressie onderdrukken. Veel jongeren hebben angst om zich te uiten (Schaub et al., 2022). Een andere reden is dat zij volgens de ‘Minority Stress Theory’ minderheidsstress ervaren door zware en wijdverbreide vormen van vooroordelen of geweld door hun minderheidsstatus (in dit geval LGBTQIA+) te verwachten, mee te maken en te internaliseren. Deze stress heeft een aantoonbare negatieve impact op de mentale en fysieke gezondheid (Álvarez et al., 2022). Ze geven aan dat zij anders behandeld worden en te maken krijgen met pesten, geweld, discriminatie en een gebrek aan acceptatie of onverschilligheid van jeugdhulpverleners, pleegzorgers en andere jongeren in pleegzorg. Er blijkt een cumulatief effect te zijn voor jongeren die ook deel uitmaken van andere minderheidsgroepen (bv. etniciteit, religie, sociale klasse) (López López et al., 2024; Schaub et al., 2022). Transgender en genderdiverse jeugd geven aan dat pleegzorgers en pleegzorgbegeleiders hen te weinig ondersteund hebben, waarbij persoonlijke vooroordelen soms in de weg staat tot specifieke gezondheidszorg.


LGBTQIA+-jongeren krijgen ook te maken met drempels in het onderwijs. Ze worden meer gepest, spijbelen vaker en raken meer verwikkeld in gevechten op school. Schoolprestaties van transgender en gender diverse studenten zijn lager dan die van hun cisgender leeftijdsgenoten. Ze kunnen te maken krijgen met chronisch pesten. Dit is problematisch aangezien ook voor deze groep schoolse resultaten een voorspeller zijn voor levenskwaliteit in de volwassenheid.

Het is onduidelijk of LGBTQAI+-jongeren meer kans hebben om een breakdown mee te maken in pleegzorg dan hun leeftijdsgenoten. Sommige studies vinden hier wel een hoger risico voor en andere niet. Het lijkt dat transgender en gender diverse jongeren wel meer kans hebben op breakdown. Het is wel opvallend dat pleegzorgers minder bereid lijken om LGBTQIA+-jongeren op te vangen dan andere jongeren. LGBTQAI+-jongeren blijken minder goed voorbereid te zijn om de jeugdhulp te verlaten, door te weinig voorbereiding en een gebrek aan diensten die de jongeren ondersteunen om verder te kunnen studeren, werk of een woning te vinden. Structurele en interpersoonlijke homo- en transfobie zorgt nog voor andere drempels. Transgenderjongeren worden bijvoorbeeld vaak verwezen naar sekse-gesegregeerde huisvesting en genderspecifieke diensten. Veel LGBTQAI+-jongeren krijgen te maken met dakloosheid nadat ze de jeugdhulp verlaten (Schaub et al., 2022).

Veerkracht 

Naast risico’s waar LGBTQIA+-jongeren mee te maken hebben, wordt er recent ook meer aandacht besteed aan de veerkracht van deze jongeren. Veerkracht heeft verschillende niveaus gaande van individueel, relationeel tot maatschappelijk (Álvarez et al., 2022).


Onder individuele veerkracht valt ten eerste zelfredzaamheid: LGBTQIA+- jongeren geven bijvoorbeeld aan dat ze ‘blijven doorgaan’ en ‘niet opgeven’. Wanneer ze een bepaalde mate van controle over hun leven voelen, vertonen ze minder depressieve en traumasymptomen. Een tweede factor is een LGBTQIA+ positieve identiteit die helpt om schaamte los te laten en trots, emancipatie en zelfacceptatie te vinden. Wanneer jongeren hun verschillende deelidentiteiten (etniciteit, geaardheid, gender…) kunnen accepteren, begrijpen en waarderen ze hun hele identiteit ook beter. Ten derde gaat het over spiritualiteit en religie waarbij dit vaak zowel een bron van steun als van discriminatie blijkt te zijn. Ten vierde zijn kunst en creatieve processen zoals een dagboek bijhouden, helpend (Álvarez et al., 2022).


Een volgend niveau van veerkracht is het sociaal en relationeel niveau. Sociale steun is belangrijk voor praktische dingen zoals de toegang tot huisvesting, onderwijs en werk. Steun van andere volwassenen, vrienden, romantische partners die hun identiteit ondersteunen en bevestigen, helpt deze jongeren om te gaan met de dagelijkse uitdagingen waarmee ze te maken krijgen. Jeugdhulpverleners speelden bij bepaalde jongeren een heel belangrijke rol in hun leven door (1) de jongeren te emanciperen en voor hen pleiten (advocating), (2) hun identiteit te bevestigen en (3) hen te accepteren. Ook pleegzorgers spelen een belangrijke rol door (1) de jongeren te emanciperen en tussen te komen wanneer de jongeren niet goed behandeld worden, (2) de jongeren te helpen in het vinden van accepterende leeftijdsgenoten en andere LGBTQIA+-jongeren en (3) er dezelfde ‘kwaliteitsstandaarden’ op na te houden voor daten, fysieke affectie en romantische partners als bij heteroseksuele en cisgender jeugd (Álvarez et al., 2022).


Het derde niveau dat veerkracht kan ondersteunen is het maatschappelijk of samenlevingsniveau. LGBTQIA+-jongeren blijken grote drempels te ondervinden in hun zoektocht naar onderwijs, gezondheidszorg en werk door systematische discriminatie omwille van hun geaardheid, genderidentiteit of genderexpressie of mentale gezondheid. Zij halen veel voordeel uit professionele diensten die hen ondersteunden in deze zoektochten. Zo blijken LGBTQIA+-specifieke diensten een grote steun te zijn, door hen bijvoorbeeld door te verwijzen naar passende mentale gezondheidszorg. Via deze centra konden jongeren ook connectie leggen met andere mensen waardoor hun sociaal netwerk uitgebreid werd. LGBTQIA+- diensten waren het meest effectief wanneer ze vertrokken vanuit kruispuntdenken en rekening hielden met de verschillende deelidentiteiten van de jongeren (Álvarez et al., 2022).


Mee te nemen naar de praktijk

  • LGBTQIA+ jeugd blijkt oververtegenwoordigd in de jeugdhulp, dus de kans is groot dat pleegzorgbegeleiders LGBTQIA+-jongeren zullen begeleiden tijdens hun loopbaan.
  • Het is als pleegzorgbegeleider belangrijk om met alle jongeren het thema genderidentiteit aan te kaarten.
  • De jongeren blijken meer kans te hebben op seksueel misbruik tijdens de kindertijd, mentale gezondheidsproblemen, trauma… Ze hebben vaak een slechtere ervaring in de jeugdzorg. Het is dus een zaak hier voldoende aandacht aan te besteden.
  • Wanneer er controle gevoeld wordt over hun eigen leven, zijn er minder depressieve en traumasymptomen. Deze jongeren, net als alle jongeren, moeten voldoende betrokken worden bij beslissingen.
  • Ook positieve LGBTQIA+-identiteit is belangrijk. Daarnaast kan kunst en creatieve uitlaatkleppen stimuleren de individuele veerkracht verhogen.
  • Jongeren vinden het daarnaast belangrijk dat hun pleegzorgbegeleiders voor hen pleiten, hun identiteit bevestigen en hen accepteren.
  • Er kunnen drempels zijn op maatschappelijk niveau. Professionele LGBTQIA+ specifieke diensten kunnen een meerwaarde zijn, bijvoorbeeld door door te verwijzen of door contacten te faciliteren.
 

We willen deze nieuwsbrief graag eindigen met het aanreiken van een aantal interessante websites en diensten:

https://www.transgenderinfo.be/nl

https://www.weljong.be/

https://www.ilga-europe.org/

https://thesafezoneproject.com/

https://www.itspronouncedmetrosexual.com


Verschillende ziekenhuizen hebben een gendercentrum: zoals bijvoorbeeld: https://www.zas.be/diensten/centrum-voor-genderzorg-antwerpen

https://www.uzgent.be/genderteam-0


De verschillende Huizen van de Mens werken ook rond LGBTQIA+ https://demens.nu/


Er zijn verschillende regenbooghuizen, zoals:  


Bronnen:

Álvarez, R. G., Parra, L. A., ten Brummelaar, M., Avraamidou, L., & López, M. L. (2022). Resilience among LGBTQIA+ youth in out-of-home care: A scoping review. Child Abuse & Neglect, 129, 105660. https://doi.org/10.1016/j.chiabu.2022.105660


Bustos, V. P., Bustos, S. S., Mascaro, A., Del Corral, G., Forte, A. J., Ciudad, P., Kim, E. A., Langstein, H. N., & Manrique, O. J. (2021). Regret after Gender-affirmation Surgery: A Systematic Review and Meta-analysis of Prevalence. Plastic and Reconstructive Surgery - Global Open, 9(3), e3477. https://doi.org/10.1097/GOX.0000000000003477


Huyghebaert, T. (2023). Transgender Infopunt in Gent blaast 10 kaarsjes uit: “Er zijn meer mensen die spijt hebben van een knieoperatie dan van een geslachtsoperatie.” Nieuwsblad.


López López, M., Martínez-Jothar, G., ten Brummelaar, M. D. C., Parra, L. A., San Román Sobrino, B., & Mallon, G. P. (2024). “They told me that you can be with whomever you want, be who you are”: Perceptions of LGBTQ+ youth in residential care regarding the social support provided by child welfare professionals. Children and Youth Services Review, 159, 107498. https://doi.org/10.1016/j.childyouth.2024.107498


Schaub, J., Stander, W. J., & Montgomery, P. (2022). LGBTQ+ Young People’s Health and Well-being Experiences in Out-of-home Social Care: A scoping review. Children and Youth Services Review, 143, 106682. https://doi.org/10.1016/j.childyouth.2022.106682


Thornton, S. M., Edalatpour, A., & Gast, K. M. (2024). A systematic review of patient regret after surgery- A common phenomenon in many specialties but rare within gender-affirmation surgery. The American Journal of Surgery, 234, 68–73. https://doi.org/10.1016/j.amjsurg.2024.04.021

Zit je te wachten op informatie over een bepaald onderwerp? Heb je een schitterend idee voor een volgende nieuwsbrief? Laat het ons weten via onderstaande rode knop!

Idee nieuwsbrief
 
Mail niet leesbaar? Klik hier  |  Uitschrijven

 Pleegzorg Kenniscentrum

Stapelplein 28, 9000 Gent

0800 30 181 | info@kenniscentrumpleegzorg.be

Sent by Sendtex