|
|
Nieuwsbrief: Waarom vrijwilliger worden? Een overzicht uit de literatuur |
|
|
|
|
|
|
2026 is het internationale Jaar van de Vrijwilliger. In deze nieuwsbrief bespreken we de belangrijkste motivatie om aan vrijwilligerswerk te doen. Deze is gebaseerd op een recente systematische literatuurstudie van Mabille en collega’s. Zij vatten de resultaten van 44 onderzoeken samen over de motivatie van vrijwilligers uit verschillende landen en sectoren.
Zicht krijgen op de motivatie is belangrijk in functie van het werven, ondersteunen en behouden van vrijwilligers.
De onderzoekers maken een onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. Bij intrinsieke motivatie komt de motivatie van binnenuit. Volgende vormen van intrinsieke motivatie worden vermeld (van vaakst genoemd naar minst vaak genoemd):
- Waarden: zich willen inzetten voor zaken die passen bij hun eigen overtuigingen en waarden.
- Persoonlijke groei: het versterken van een positief zelfbeeld, of het vergroten van zelfvertrouwen.
- Psychologisch: het vervullen van psychologische noden, zoals zingeving en voldoening.
- Bescherming: het verminderen of vermijden van negatieve gevoelens (bijvoorbeeld verlies of eenzaamheid).
- Cognitie: het bijleren van nieuwe vaardigheden omdat dit voldoening geeft.
- Spiritueel: zich inzetten vanuit spirituele of religieuze overtuigingen (bijvoorbeeld zingeving en verbondenheid).
Bij extrinsieke motivatie komt de motivatie van buitenaf, het vrijwilligerswerk wordt gedaan omdat het iets opbrengt (van vaakst genoemd naar minst vaak genoemd):
- Sociaal: verbinding maken met anderen en zo bijdragen aan het welzijn van anderen.
- Carrière: opdoen van relevante werkervaring.
- Vaardigheid: vaardigheden ontwikkelen of versterken.
- Cultureel: culturele normen en waarden leren kennen of behouden.
- Ervaring: ervaringen opdoen.
- Materieel: krijgen van materiele vergoedingen.
- Status: bijdragen aan een imago of prestige.
- Netwerk: opbouwen van een professioneel netwerk.
- Druk: voldoen aan druk van anderen.
- Ideologisch: ondersteunen van een bepaalde ideologie, politieke overtuiging of maatschappelijke visie.
|
|
|
|
|
|
|
Bovenstaande motieven gelden voor vrijwilligers in het algemeen, ongeacht sector of land. In zekere zin zijn pleegzorgers ook vrijwilligers, al kunnen we hen ook zien als paraprofessionelen. In ieder geval nemen zij een verregaand vrijwillig engagement op. Hun motieven zijn vaak meer specifiek. Er is, voor zover ons bekend, slechts één Vlaamse studie die dit thema behandelt. Het is ondertussen al 12 jaar oud, al lijkt het nog zeer actueel. De Maeyer en collega’s onderscheidden kindgerichte, zelfgerichte en maatschappijgerichte motieven. De motieven die Vlaamse pleegzorgers noemden om pleegouder te worden waren overwegend kindgericht (een kind een goede thuis geven, een thuis bieden om plaatsing in een voorziening te vermijden, een kind met problemen helpen, een kind liefde en warmte geven…), gevolgd door maatschappijgerichte motieven (iets doen voor de gemeenschap, in de praktijk brengen van zijn overtuiging door voor een kind te zorgen…). Zelfgerichte motieven (onvervulde kinderwens, gezelschap willen…) werden nauwelijks genoemd. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Naast pleegzorgers zijn er nog andere vrijwilligers betrokken bij pleegzorg. Zo zijn er bijvoorbeeld de vrijwilligers van de bezoekruimtes die de contacten tussen ouders en kinderen begeleiden. En ook in de volwassenenwerking zijn vrijwilligers actief. Twee vrijwilligers van de volwassenwerking, beschrijven hun ervaring zo:
Eddy (vrijwilliger) zegt: Voor mij is die balans perfect. Ik heb al gezegd dat ik naast mijn werk als jurist, waar ik altijd maar met ‘structuren’ bezig ben om de samenleving te verbeteren, ook iets concreets voor mensen wou doen. Voor mensen, maar toch ook voor mezelf. De ‘klik’ tussen ons is er. Die moét er ook zijn, want anders blijft het niet duren. Ik beleef ook deugd aan ons contact. Ik doe nu dingen waar ik zonder Thomas (gast) allicht nooit toe zou komen. Dingen die mijn wereld doen opengaan. Het is zo gemakkelijk om ’s avonds met je pantoffels aan in de zetel te ploffen. Dat kan weleens aangenaam zijn, maar ik weet zeker dat de avonden dat wij samen optrekken beter besteed zijn. En van ‘wederdienst’ gesproken: enkele weken geleden kwam Thomas bij ons thuis aan met paaseieren. Ik kan alleen maar zeggen dat ‘paashaas Thomas’ grote indruk op onze drie zonen van acht, zes en vier heeft gemaakt. Het was de eerste keer dat ze hem zagen, maar voor hen mag hij voortaan iedere dag op bezoek komen!
Annabel (vrijwilliger) zegt: Op die vijf jaar tijd hebben Sofie (gast) en ik echt een band opgebouwd. We halen allebei erg veel uit de tijd die we samen doorbrengen. Het is niet zo dat ik geef en Sofie alleen maar neemt. Het is tweerichtingsverkeer, Ik heb door de contacten met Sofie ook mijn eigen kijk op de wereld verbreed, en dit is voor mij een duidelijke meerwaarde aan deze contacten. |
|
|
|
|
|
|
Mee te nemen naar de praktijk
- Begrijp en erken diverse motivaties: Wanneer het duidelijk is waarom iemand aan vrijwilligerswerk doet, is het vaak makkelijker om hierin tegemoet te komen en zo de vrijwilligers langdurig te behouden.
- Pas taken aan op de motivatie: Vrijwilligers die vooral sociale contacten zoeken kunnen bijvoorbeeld vooral ingezet worden bij groepsactiviteiten, terwijl andere personen uitdagingen of leermogelijkheden nodig hebben.
- Erken inspanningen en geef waardering
|
|
|
|
|
|
|
Referenties De Maeyer, S., Vanderfaeillie, J., Vanschoonlandt, F., Robberecht, M., & Van Holen, F. (2014). Motivation for foster care. Children and Youth Services Review, 36, 143-149.
Mabille, G., Skoglund, J., Kaiser, S., & Thørnblad, R. (2025). A Systematic Literature Review on Motivation of Volunteerism. International Journal of Research in Social Sciences and Humanities (IJRISS).
Verhulst, L. Pleegzorg zegt vrijwilligster Annabel in de bloemetjes! Rondom |
|
|
|
|
|