|
|
Zouden pleegzorgers hun huidige plaatsing opnieuw starten? |
|
|
|
|
|
|
In deze nieuwsbrief bespreken we een Noors onderzoek bij pleegzorgers dat ook voor onze Vlaamse pleegzorgcontext relevant is.
Het is belangrijk om te begrijpen welke factoren ervoor zorgen dat pleegzorgers gemotiveerd blijven om aan pleegzorg te blijven doen. Dit is niet enkel relevant wegens een tekort aan pleegzorgers, maar ook omdat een breakdown grote gevolgen kan hebben voor alle partijen. De studie “Would I Do It Again? Examining Foster Parents' Willingness to Take on the Same Foster Care Placement Again” onderzoekt welke factoren voorspellen of pleegorgers hun huidige plaatsing opnieuw zouden aanvaarden. Een groep van 1178 Noorse pleegzorgers beantwoordden de vraag “Met de ervaringen die u nu heeft als pleeggezin, zou u dezelfde plaatsing opnieuw aanvaarden?” De pleegzorgen konden enkel antwoorden met “ja”, “nee” of “niet zeker”. Daarnaast vulden ze een vragenlijst in. Volgende informatie werd verzameld: (1) demografische gegevens (leeftijd van het pleegkind, het aantal pleegzorgers in het pleeggezin, of er eigen/geadopteerde kinderen thuis wonen, of het om netwerk- (familiaal/sociaal) of bestandspleegzorg ging en de duur van de plaatsing); (2) hun economische situatie (is de financiële zekerheid behouden of is het gezin financieel achteruitgegaan door deze pleegzorgplaatsing?); (3) de gezondheid van het pleegkind (of ze voorafgaand aan de plaatsing voldoende informatie over het functioneren en de gezondheid van het kind ontvingen en of het kind aanzienlijk meer zorgbehoeften dan andere kinderen van dezelfde leeftijd had) en (4) de samenwerking met jeugdzorg (of er een goede samenwerking was met jeugdzorg/jeugdbescherming, of afgesproken contacten in het belang waren van het kind/de jongere en hoe het contact met de moeder van het kind werd beoordeeld). |
|
|
|
|
|
|
|
|
Het meerdendeel (63%) van de pleegzorgers zou hun huidige plaatsing opnieuw starten, 16% niet en 21% twijfelt. De onderzoekers bekeken welke van alle bevraagde factoren deze bereidheid het best voorspellen.
- Wie zou de plaatsing niet opnieuw opnemen?
De groep pleegzorgers die de plaatsing niet opnieuw zouden opnemen werd vergeleken met de groep die dit zeker wel zou doen. Drie factoren bleken significant. Mensen zijn meer bereid de plaatsing opnieuw te aanvaarden wanneer er een betere samenwerking is met jeugdzorg en wanneer ze voldoende informatie ontvangen hebben voor de plaatsing over de gezondheid van het pleegkind. Personen die vinden dat hun financiële zekerheid na de start van de plaatsing niet behouden is zoals beschreven en begrepen tijdens de werving, zijn minder geneigd de plaatsing opnieuw te aanvaarden.
Twee factoren bleken significant goede samenwerking met jeugdzorg en voldoende informatie over de gezondheid van het pleegkind voorafgaand aan de plaatsing waren geassocieerd met minder twijfel. Pleegzorgers twijfelden dan weer vaker wanneer ze aangaven dat hun gezin financieel belast was geraakt door de pleegzorgplaatsing en wanneer een kind meer zorgbehoeften had dan leeftijdsgenoten.
|
|
|
|
|
|
|
|
Mee te nemen naar de praktijk
-
Goede samenwerking met de jeugdzorg is cruciaal.
In de Vlaamse context betekent dit: blijvend investeren in een sterke, open samenwerking met pleegzorgers.
-
Communiceer vooraf duidelijk en eerlijk.
Zowel over de financiële kant van pleegzorg, als over het profiel, de gezondheid en de noden van het pleegkind.
-
Financiële nadelen vergroten twijfel.
Pleegzorgers twijfelden vaker wanneer ze er financieel op achteruit gingen als gevolg van de plaatsing.
-
Hoge zorgbehoeften vragen extra ondersteuning.
Het is nodig om in te zetten op een goede inschatting van zorgbehoeften van het kind en draagkracht van het pleeggezin.
|
|
|
|
|
|
|
Referenties
Mabille, G., Skoglund, J., Kaiser, S., & Thørnblad, R. (2025). Would I Do It Again? Examining Foster Parents' Willingness to Take on the Same Foster Care Placement Again. Child & Family Social Work. |
|
|
|
|
|